Stressmanagement
Het NCH heeft een uitgebreid pakket ter bevordering van de stressbestendigheid. Behalve de normale QEEG metingen die bij de intake worden gedaan, is het ook mogelijk een Stress-test te doen.
In de Stress-test wordt gekeken naar meer biofeedbackparameters, zoals:
- ECG (ElectroCardioGram): hartritme en de variabiliteit erin
- EMG (ElectroMyoGram): spierspanning
- GSR (Galvanic Skin Response): huidweerstand
- Temperatuur
In deze test krijgt men inzicht over hoe uw autonome zenuwstelsel reageert op kortdurende stress en hoe dit zich in een periode daarna herstelt. Aan de hand daarvan wordt bepaald met welke parameters u het beste kunt trainen om uw stressbestendigheid te verhogen.
Gedurende de trainingen wordt feedback op deze specifieke parameters gecombineerd met EEG feedback. Het autonome zenuwstelsel is de bepalende grootheid bij stressmanagement. Hierbij is de belastbaarheid en de stabiliteit van het brein van belang. Daarnaast bepaalt het stressniveau, de balans tussen het sympathische en parasympathische systeem, hoever u van een optimale situatie bent verwijderd en hoeveel ruimte er is voor verbetering.
Het sympathische systeem zorgt voor het in gereedheid brengen van uw lichaam om in actie te komen (er wordt bijvoorbeeld bloed naar de spieren gestuurd). Het parasympathische systeem is daar de tegenhanger van en zorgt ervoor dat uw lichaam onderhoudsactiviteiten kan uitvoeren (er wordt bijv. bloed naar de darmen gestuurd om vertering van uw voedsel te bevorderen). Bij stress is het evenwicht tussen deze twee processen verstoord.
Onder normale condities zult u waarnemen dat als u zich ontspant;
- de perifere temperatuur toeneemt
- de spierspanning afneemt
- de hartslag afneemt en de variabiliteit toeneemt
- de huidweerstand toeneemt

